dinsdag 17 april 2007

Het weer

Ooit las ik ergens dat Nederlanders en Engelsen het meest klagen over het weer, of in elk geval het er veel over hebben. Dat klopt. Tegenwoordig vindt men het een groot cliché als mensen over het weer beginnen, hetgeen echter niet ertoe leidt dat mensen niet meer over het weer beginnen. De tropische temperaturen van de afgelopen dagen gaven bovendien alle aanleiding om over het weer te beginnen, tegen je naasten, tegen vrienden en kennissen en tegen puffend tegemoet komende vreemdelingen in de straat. Half april, 30 graden Celcius. 't Is wat. Cliché of niet, ik ben inmiddels over het weer begonnen en zal er daarom ook over doorgaan en het afmaken.

Het mooie weer kondigt zich jaarlijks op allerlei manieren aan: bloesem, kwetterende vogeltjes, Piet's weerbericht enzovoort. Eens had ik een collega die een zeer gevoelige antenne had voor de komst van het mooie weer. Bij de eerste zonnestralen leunde hij met zijn fraai gevormde, maar enorme, bierbuik over zijn bureau om de zonwering die ik had neergelaten om de letters op mijn beeldscherm te kunnen onderscheiden omhoog te trekken. Hij snoof eens diep, wistte de altijd op zijn voorhoofd parelende zweetdruppels op de op het bureau opgetaste rapporten en sprak: "nog even." Ik wist bij god niet wat hij bedoelde, maar hij gaf ook geen nadere toelichting. Toen de volgende dag bleek dat de zonnestralen er weer waren, herhaalde zich dit korte ritueel, alleen sloot hij af met: "ja, ja". De derde dag, de zonwering was inmiddels omhoog, liep een vrouw langs ons raam. Prompt hoorde ik aan het andere bureau, niet zonder enig vergenoegen, "het wordt weer zomer, de rokjes worden korter!" En verdomd, vanaf die dag bleven de temperaturen stijgen.

Aan die onschuldige korter wordende rokjes moest ik gisteren met weemoed terugdenken toen ik door de stad fietste. De uitspraak van mijn voormalige collega stamt van begin jaren '90. Hij is dan ook hopeloos verouderd. Nu zijn hele volksstammen van mening dat ze allerlei onderdelen van hun lichaam moeten vrijgeven als er een paar zonnestralen zijn doorgebroken. Vóór mij fietsten twee meisjes van een jaar of 20. Beiden waren koel gekleed - en terecht, het was warm. Ikzelf was ook koel gekleed, ik prefereer bij dit soort temperaturen wijde kleren van katoen of linnen. De meisjes niet. Zij bleken een voorkeur te hebben, zoals m.i. het gros van de Nederlandse vrouwen op dit moment, voor strakke, te krappe, nylon-achtige kleren. Ieder zijn meug.

Maar beiden waren daarbij te dik, zoals momenteel een belangrijk deel van het gros van de Nederlandse vrouwen om maar te zwijgen van de mannen. En krappe kleding met te dikke lijven bij warme temperaturen vind ik niet verantwoord. Boven de broekband lubberde een blauw-wittige huidplooi of vetlaag onder het shirtje uit. De nylon oksels vertoonden wittige zweetkringen en, en. Ik wil het er eigenlijk niet meer over hebben want als ik er aan terugdenk voel ik me weer even beroerd als gisteren op de fiets.

Vanochtend was ik bijna blij dat het weer 10 graden koeler was.

Geen opmerkingen: